Immanuel Kant

Grote denkers – Immanuel Kant (1724-1804)

kant.jpg
Bron afbeelding: Goodreads.com

Even voorstellen…
Immanuel Kant werd geboren op 22 april 1724 in Rusland. Hij stond erom bekend dat hij een echte pietje precies was. Elke dag ging hij op hetzelfde tijdstip wandelen, zo precies dat de buren zeiden dat ze hun klok erop gelijk konden zetten. Als Kant langs het raam liep, was het altijd precies kwart over drie. Kant was leraar aan de universiteit. Hij schreef veel boeken en werkstukken.

Boeken

Zijn belangrijkste boeken zijn de drie kritieken:

1. De kritiek van de theorethische rede, wat gaat over de vraag “wat kan je weten?”, de vraag die hoort bij de kenleer.
2. De kritiek van de praktische rede, wat gaat over de vraag “wat moet je doen?”, de vraag die hoort bij de ethiek. Hierover vindt je meer bij onderwerp 3 van het thema ethiek.
3. De kritiek van het oordeelsvermogen, wat gaat over de vraag “wat mag je hopen?”, wat een deel is van de metafysica. Hierover vindt je meer bij onderwerp 3 van het thema metafysica.

Ethiek

In één van zijn bekendste werken, de “kritiek van de praktische rede”, schrijft Kant over hoe je je moet gedragen. Volgens Kant is de mens een wezen dat kan nadenken, in tegenstelling tot dieren, die niet kunnen denken. Omdat we als mensen na kunnen denken, moeten we onszelf steeds verplichten ons goed te gedragen. Denk bijvoorbeeld aan een tijger. Als een tijger reuze honger heeft, en er ligt een stuk vlees op tafel, dan zal die tijger nooit denken “ik wacht nog even met eten totdat de rest aan tafel zit”, of: “ik ga dit vlees eerlijk verdelen”. Nee, een tijger eet het vlees gewoon zo snel mogelijk op. Een mens kan zichzelf wel verplichten om nog even te wachten, tot iedereen aan tafel zit, en het eten te verdelen.En daarom moet elk mens dat ook doen.

Kant heeft hier zelfs een regel voor bedacht. Deze regel heet het “categorisch imperatief”, en gaat zo: “handel altijd volgens een regel waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat het een algemene wet wordt”. Het betekent dat je jezelf moet verplichten om je zo te gedragen, dat hoe jij je gedraagt, een algemene wet zou kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan het voorbeeld van het pesten. Je hebt misschien zin om iemand te pesten. Dan denk je: zou ik willen dat het een algemene wet wordt, dat iedereen mag pesten? Dat zou voor jou een nadeel kunnen zijn, want dan wordt je misschien zelf ook wel gepest. Dus dan doe je dat maar niet.